Het is zondagavond. De afgelopen twee weken waren te doen. Als dat geen goed nieuws is.....
Het begon met een feestje bij de Roovers. Naast de vertouwde gezelligheid smaakte de traditionele Boschsebol als vanouds. Weliswaar met kleine hapjes, maar hij smaakte. Het goede leven kon weer beginnen.
De pillen die ik braaf slikte tegen de zenuwpijn werkten. Arm op huid is geen probleem meer. Kleren op huid voelt ook goed aan en zelfs de BH kan ik verdragen.
Roof ging weer dagelijks naar de Abdij. Ik kon weer voor mezelf zorgen. De pillen die ik na de chemo moest slikken waren afgebouwd. Het konden weer twee normale weken worden:
Er stond een bezoek bij de Arbo-arts gepland. Die bleek aan het eind van de Vlissingseweg te zitten en van mijn hardlooprondes wist ik dat dat precies vijf kilometer was. Een fietstochtje moest dus lukken, immers kon ik tussendoor rusten in de wachtkamer. Wat ik er moest gaan doen begreep ik niet goed. Zou hij het willen zien? Zou hij niet geloven dat mijn borst er echt af was?
De fietstocht ernaar toe was te doen, al was ik blij dat ik mijn Koga kon parkeren. De wachtkamer bleek vol. Ik vroeg me af wat iedereen mankeerde. Er kwamen allerlei ziektes in me op. Eén meneer zag eruit als "Burnout". Later zag ik dat hij mank liep. Een mevrouw bladerde zo snel door haar tijdschrift dat ik er zenuwachtig van werd. Een jonge knul die stonk naar rook en een oudere dame. Ik kwam als laatste binnen, maar werd als eerste geroepen. Maar ja, ik had dan ook wel kanker....
De Arbo-arts was aardig. Keek niet naar mijn wond. Hij vroeg naar mijn werk en of ik hier al eerder was geweest. Een beetje verlegen antwoordde ik "nee", maar realiseerde meteen dat dat niet iets is om je voor te schamen. Hij vertelde over een plan van aanpak en over hoelang hij dacht dat ik niet zou kunnen werken. Even dacht ik dat de Arbo-arts zelf ziek was. Maar als ik na één kuur al bijna omviel na vijf kilometer fietsen met windje mee, hoe zou ik me dan voelen na zes kuren? We spraken samen af dat ik pas na de chemo's contact met hem zou opnemen en namen afscheid.
Naarmate de week vorderde ging het steeds beter. Zelfs zo goed dat ik een nachtje uit logeren ging naar Nijmegen. Als ik niet ziek was geworden had ik net als alle andere jaren aan de start gestaan van de Zevenheuvelenloop. Ieder jaar huren we een bungalow en leven we samen met Ennie en andere vrienden ontspannen toe naar de vijftien kilometer. De bungalow was er, onze vrienden ook en omdat ik mezelf steeds fitter voelde worden durfden we een nachtje aan. Even in een andere omgeving zou ons allebei goed doen. Het werd een gezellige avond. Toen de hardlopers nog sliepen liepen Roof en ik hand in hand door het park. Zo´n weekend is niet compleet als we geen eekhoorn gespot hebben. Het werden er zelfs drie. We konden spreken van een geslaagde missie. Het was heerlijk om er even uit te zijn.
Die zondagavond keek ik naar mijn favoriete tv-programma. Tijdens de reclames bladerde ik in de nieuwste Viva en las ik dat Joris Linssen het sexy vindt wanneer zijn vrouw door haar haar wrijft. Ik deed hetzelfde en vroeg Roof wat ze ervan vond. Bij mij vloeide er een traan, Roof pakte me beet. Ik had een eerste pluk haar in mijn hand. Het uitvallen was begonnen.
Die morgen lagen er losse haren op mijn kussen.
`s Avonds zat ik met een pet op tussen al mijn collega´s in restaurant de Koperen Ketel. Een etentje met de afdeling. Sommigen had ik lang niet gezien, anderen zie, hoor of lees ik regelmatig. Een week geleden kreeg ik een soort "blije doos". Iedere collega had er een klein kadootje in gedaan met een persoonlijke noot. En nu zat ik met hen aan tafel. Mijn leven beperkt zich de laatste weken tot wandelingetjes door de Langeviele, over het Bolwerk of tot korte fietstochtjes naar de fysio. Voor de rest speelt het zich af in de Vlissingsemolenstraat. Zo´n etentje is dus een aangename afwisseling. En zeker als het dan ook nog goed smaakt.
Het uitvallen van mijn haar werd met het uur erger. In bad gaan was niet leuk meer. Zeewier is lang zo erg niet. Douchen werd een regelrechte ramp. Mijn handen zaten onder de haren. De snee die nu op de plaats van mijn borst zit kent nog steeds een korstje en de haren hingen er als slingers omheen. Afdrogen was bijna eng. Hele hopen haar sierden de witte tegels. Ik kon geen boterham smeren of er zat een haar in. Op woensdag liep ik zelfs met de stofzuiger achter mezelf aan. Die avond was het Studio Bird en knipte kapper Caro mij voor deze speciale gelegenheid aan huis. Eerst heel kort en daarna ging de tondeuse erover. Roof keek vanaf de bank toe. Met een spiegel in de hand keek ik mee. Geen tranen, geen emoties. Volgens de prognoses zou ik acht maanden een pruik nodig hebben. Woensdag 19 november werd dag één. Nog ongeveer 243 te gaan.
Roof bleef maar zeggen dat ik zo ook mooi was, maar toen ik in bed stapte kreeg ik medelijden met haar. Ik leek op een kruising tussen enerzijds kabouter Grumpy, maar dan in het lichaam van een reus en anderzijds op een piraat door mijn gouden oorringen. Door de groene Buff met schutkleuren kon ik ook net zo goed een bandiet zijn, maar dan één met twee handen en slechts één tiet. Ik vond het zonde voor haar, borst eraf, haar eraf. Ze werd boos, pakte me beet, trok de Buff af zei dat ze van me hield, met of zonder borst, met of zonder haar. Hand in hand vielen we in slaap.
De volgende dag moest ik om 9.00 uur bij de fysio zijn. Wat ik aan zou trekken was deze keer niet het probleem. De vraag was "Wat doe ik op"? Ik had twee pruiken. Eén korte met een oranje gloed en een rastacoupe waarbij de hoofdband het geheel compleet maakte. En dan was er nog de keuze: Kaal met sjaal. Ik koos voor de korte oranje, maar voelde mezelf diepongelukkig. Met gebogen hoofd en mijn Northface mutsje over de pruik fietste ik door Middelburg.
´s Middags moest ik om boodschappen. Ik winkelde me suf voor verse groente, appelstroop, abrikozen, noten. Ik kocht alles waarvan mijn ijzer zou toenemen. De kans dat ik bij AH een bekende tegen zou komen was groot. Ik koos dus voor de Agrimarkt. Mijn oog viel op een aanbieding van Friesche Vlag. "Bij aankoop van twee pakken toetje, een schaaltje cadeau". Roof is altijd boos als ik thuis kom met schaaltjes. Zo wil ik gele schaaltjes en een half jaar later kan zomaar al het geel vervangen worden door zwart. Zij vindt dat onzin, maar ik vind schaaltjes leuk. Deze schaaltjes waren blauw en er stond "Toetje" op. Wij eten nooit toetjes, maar toch voelde ik een enorme drang naar deze twee blauwe schaaltjes. Ik deed vier pakken melk in mijn mandje en ondanks dat er stond "Bij aankoop van twee pakken toetje" zette ik er ook twee schaaltjes bij. Eenmaal bij de kassa zette ik de vier melkpakken en de schaaltjes vooraan. De cassière was oplettend en wees me erop dat de schaaltjes bij de toetjes hoorden. Ik verontschuldigde mijzelf en trok wat aan mijn haar, waardoor de cassière in één oogopslag kon zien dat ik een pruik droeg. "Ze horen bij de toetjes mevrouw, maar vandaag maak ik een uitzondering".
Kijk........ dat is dan weer een voordeel.
´s Avonds had ik een uitje met collega-vriendin Marioos. Samen gingen we naar Brigitte Kaandorp. Ze wachtte me op bij de ingang. Ik was zenuwachtig. Was bang dat heel Middelburg in de foyer stond en naar me zou kijken. Marioos bleek de enige bekende. De voorstelling was leuk. Ik genoot. Ik lachte. Alleen de pruik jeukte. Ik had mijn oranje cavia twee uur op en het jeukte. Nog 242 dagen te gaan..........
Op vrijdag stond een bezoek aan het ziekenhuis gepland. Eerst bloed prikken en daarna naar Dokter Leon. Zelfverzekerd zette ik deze maal mijn rastacoupe op.
Iels zat ook te wachten bij het lab. Ze lachte ons toe. Ze vond de pruik leuk. Gelukkig. Zuster Dennis kwam ook kijken. Ze lachte. Ze kent me. Weet dat ik onverwachts uit de hoek kan komen. Ze vond de pruik ook leuk. Gelukkig.
Het bloed prikken gebeurde deze keer door een bekende uit café Bommel. Bizar, zo zie je elkaar aan de bar en zo duwt ze een naald in mijn ader en vult ze met twee buisjes bloed.
Drie kwartier later zaten we bij Dokter Leon. Ook hij lachte om mijn rastakrullen. Hij vroeg hoe het was gegaan de afgelopen drie weken. Ik vertelde alles. Dat week één niet fijn was, dat week twee en week drie beter waren. Ik vertelde dat de misselijkheid weg was gegaan. Dat ik me steeds beter ging voelen, maar dat de vermoeidheid bleef. Dat mijn maag vervelend blijft doen en dat mijn mond zeer doet. Maar dat ik vond dat ik niet mocht klagen. Dat ik klaar was voor kuur twee en dat ik benieuwd was naar mijn bloed. Het kon volgens ons niet anders dan dat dat goed moest zijn, maar Dokter Leon schudde zijn hoofd. Hij draaide zijn beeldscherm naar ons toe en verschillende getallen lichtten rood op. Mijn HB was laag, maar het ergste was dat mijn witte bloedcellen laag waren. Kuur twee moet eigenlijk uitgesteld worden, zo vertelde Dokter Leon. Hoe kon dat nou, ik voelde mezelf goed. Dokter Leon ging verder: "Ik wil ook graag dat het doorgaat, dus omdat je je goed voelt gaan we ook door, maar voortaan met een injectie erbij. Een injectie met neulasta. Even waren we uit het veld geslagen. Dokter Leon vertelde verder. De neulasta wordt aan huis bezorgd en een paar uur later belt er een verpleegkundige aan om de prik toe te dienen. Dokter Leon vertelde dat één spuit duizend euro´s kostte. Ik keek naar Roof, maakte in mijn hoofd de rekensom duizend maal vijf en dacht aan de reis die ik deze week had opgezocht en graag wil maken als alles achter de rug is. Dokter Leon vertelde verder. Als ik geen neulasta zou krijgen, zou ik in no-time koorts krijgen. Mijn weerstand wordt bij iedere kuur meer teruggedrongen. Kans op infecties wordt groter. De pijn in je mond is nu nog draagzaam, maar wordt zonder neulasta steeds minder leuk. Een beetje teneergeslagen verlieten we zijn kamer. Mijn bloed niet goed........ dat hadden we niet gedacht.
Vanochtend liepen Roof en ik om 8.00 uur door het waterwingebied van Oranjezon. Zij met fototoestel, ik met pet en capuchon. In alle rust en stilte maakten we een mooie wandeling.
Het slechte nieuws was dat mijn bloed erg laag was, maar het goede dat de kuur gewoon doorgaat.
Het slechte nieuws was dat ik een spuit zou krijgen die voor vervelende bijwerkingen als botpijn kon zorgen. Het goede nieuws is dat ik ook dat best aankan.
Ach, wat is slecht en wat is goed.
Vanochtend liepen we samen in Oranjezon. We voelden ons gelukkig. We voelden ons goed, laat kuur twee maar komen.
September 2008, lang haar.Oktober 2008, kort haar.
November 2008, eraf.......
Bird